Fietsminister

Het stond onlangs weer eens in de krant: we fietsen niet genoeg. Of toch niet voor onze dagelijkse verplaatsingen. Op zondagnamiddag wel, dan hijsen we ons met zijn allen in een veel te klein lycra pakje en wanen ons Peter Sagan. Maar als we naar het werk, de winkel, school of zoiets gaan, nemen we liever de auto, ook al gaat het maar over een paar honderd meter. Dat dat moet veranderen, mag duidelijk zijn. In Aalst duurt het spitsuur tegenwoordig van zeven tot elf en van drie tot zeven. En dan is er echt geen doorkomen aan.

Iemand moet maar eens het goede voorbeeld geven. En wie is daarvoor beter geschikt dan onze dames en heren politici? Om maar eens hoog genoeg te beginnen: onze ministers en staatssecretarissen en dan in de eerste plaats de heer Ben Weyts, in zijn hoedanigheid van minister van mobiliteit. Dan volgen de parlementsleden en de lokale bestuurders vanzelf wel.

Voor alle duidelijkheid: ik heb het hier niet over de obligate deelname aan zoiets belachelijks als de Gordel. Dat zet geen zoden aan de dijk. Neen, dames en heren, gebruik uw fiets (als u die niet heeft, mag u er gerust eentje kopen: dat is goed voor de economie) ook eens voor uw woon-werkverkeer. En niet een keertje als symbolische daad. Elke dag. Het zal u goed doen. En als u te ver woont: er bestaat ook zoiets als het openbaar vervoer. Daar moet u zich niet te goed voor voelen.

Nu weet ik dat er enkele praktische bezwaren zullen zijn die onze politici meteen zullen opwerpen. Redenen waarom de rest van België wel het stalen ros van stal moet halen maar zij niet. Daarom dacht ik: ik zet de meest waarschijnlijke zelf wel even op een rijtje. Met tegenargumenten.

‘Wij werken in onze auto, mijn beste.’

Eerst en vooral: werken moet je op kantoor doen. Maar als u daar niet klaar geraakt: op de trein lukt dat ook best. De eersteklassenwagons zijn zo goed als altijd leeg. En het is niet dat u tegenwoordig nog met tonnen papier moet zitten hannesen: een laptop zal wel volstaan en die past netjes op het tafeltje. Dat is dus geen excuus.

‘Mijn kostuum/mantelpak gaat nat worden. En vuil.’

Dat klopt. Gedeeltelijk. Mijn broek wordt ook nat als ik ’s ochtends naar het station fiets. En dan? Tegen dat ik op het werk ben, is die weer droog. Bovendien bestaan er heel goede regencape’s die u zo goed als droog op uw bestemming brengen. Investeer daar eens in, desnoods op kosten van de belastingbetaler. Het is vast een stuk goedkoper dan uw auto. En voor noodgevallen kan u steeds wat reservekleding op kantoor leggen. Vraag trouwens maar eens aan Frank Deboosere hoe vaak het hier nu eigenlijk regent. Dat valt best mee.

‘Wij vergaderen tot heel laat ’s avonds en dan is er geen openbaar vervoer meer.’

Klopt ook. En wiens schuld is dat, denkt u? U heeft in deze twee mogelijkheden: ofwel zorgt u er voor dat er wel een enigszins degelijk openbaar vervoer is buiten de spitsuren. Ofwel, en dat is veruit de beste optie, stopt u met die nachtelijke vergaderingen. Wie is er hier eigenlijk minister? Als u zegt dat het gedaan is, is het toch gedaan zeker? We zien mekaar morgenochtend om acht uur terug. Bovendien zijn die nachtelijke vergaderingen contraproductief. Voor u het weet komt u om vier uur ’s nachts triomfantelijk naar buiten met iets als het Zomerakkoord, waarvan de helft zo wazig is dat iedereen er iets anders in leest en de andere helft al na een paar maand compleet onuitvoerbaar blijkt. Daar schieten we ook niks mee op. Niet meer doen dus.

‘Ik fiets niet graag.’

Tja. Ik ook niet. Mijn kinderen ook niet. Mijn vrouw … Nou ja, die wel. Maar we doen het toch. Omdat het snel, praktisch, ecologisch en noem maar op is. En ondanks het feit dat het vaak koud, soms bloedheet, regelmatig nat en heel erg vaak onveilig is. Dat laatste is voor u natuurlijk ook vervelend, maar u kan er tenminste iets aan doen. Ik niet, ik heb het maar te ondergaan.

‘Wij moeten ’s avonds vaak nog naar de andere kant van het land voor een bijeenkomst.’

Doe dat dan niet. Wat gaat u daar eigenlijk doen? Een beetje speechen voor gelijkgestemden, wat handjes schudden, een paar Duvels achterover klokken (niet vergeten een rondje te betalen) en dan tegen middernacht naar huis. Vraagt u zich zelf nooit af wat daar nu eigenlijk de zin van is? Die mensen die daar zitten stemmen toch al voor uw partij. En voor u persoonlijk kunnen ze toch niet stemmen. Ga eens gewoon naar huis na uw werk. Naar uw gezin. Uw kinderen gaan niet weten wat hen overkomt. Lees eens een verhaaltje voor, vraag hoe het op school was. Ik beloof dat ik het u niet kwalijk zal nemen. En als u toch eens een keertje ergens heen moet, carpool dan met enkele collega’s. Het zal misschien wat planning vergen, ook van de organisatoren, maar dat moet toch lukken? En rij dan liefst samen met coalitiepartners van een andere partij. Misschien kan u dan uw meningsverschillen in de auto uitpraten in plaats van de in de pers of het parlement te ventileren. Coherent beleid, daar worden we in principe allemaal beter van.

Concluderend: er is eigenlijk geen enkele deftige reden om het niet te doen. De volgende keer dat ik door de Wetstraat passeer, verwacht ik aardig wat fietsen tegen de gevels van de ministeries en de parlementen te zien staan. En anders stem ik volgend jaar voor de sossen!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Mag ik u even een paar korte vragen stellen?

Voor pendelaars, marktgangers en bezoekers van winkelstraten klinkt deze titel ongetwijfeld zeer bekend. Minstens wekelijks krijg ik ze ook te horen van een frisgewassen jongen of meisje waarvan de ogen vriendelijkheid en sympathie uitstralen (behoudens tijdens de kiescampagne wordt men op straat nooit aangesproken door een zestiger). En omdat ik het jammer zou vinden als hun allicht reeds wankele vertrouwen in de mensheid een zoveelste knauw zou krijgen, zeg ik altijd ja.

Er zijn twee soorten aanklampers. De eerste soort gebruikt enkele nietszeggende vraagjes om daarna zo snel mogelijk over te gaan tot de orde van de dag: je overtuigen je portefeuille te trekken (figuurlijk uiteraard, een betalingsbelofte middels een handtekening op een van schier onleesbare lettertjes voorzien document volstaat) en ofwel geld te doneren aan een goed doel en zo je geweten te sussen over die vliegreis van deze zomer of je schuldgevoel af te kopen over de varkenswangetjes die straks al sudderend je keuken met een heerlijk aroma zullen vullen; ofwel aan te sluiten bij een club die er voor zorgt dat je de rest van je leven niet meer hoeft te kiezen welke boeken je leest, films je ziet of wat je in godsnaam op woensdagavond zou kunnen doen (fitnessen dus, minstens drie weken lang, waarna je de schijn nog even ophoudt en in trainingspak in de cafetaria gaat zitten). Deze soort wimpel ik zo snel mogelijk af. Liefst met de woorden ‘Geef mij zo’n papier mee, ik zal het eens aan mijn schuldbemiddelaar vragen’.

De tweede vraagsteller werd eropuit gestuurd door zijn of haar school. De enkele vragen blijken er steevast een paar honderd te zijn, waarop ik met stijgende wanhoop een antwoord tracht te formuleren. Tien minuten later staan we er nog steeds, ik heb intussen tijd genoeg want mijn trein heb ik toch al gemist. IJverig noteren ze al mijn antwoorden, ook al ben ik intussen dermate afgeleid dat ik vragen over mijn eetgewoonten zonder verpinken beantwoord met ‘Met de trein en de fiets’. De berg papier zwelt aan, steeds rukken ze nieuwe bladeren uit een rugzak die ik voorheen niet opgemerkt had. Het heeft geen belang wat ik zeg, zwoegend ploegt de pen over het gerecycleerde papier, de ene belachelijke respons na de andere neerkribbelend (de verwerking van de resultaten dient waarschijnlijk door een klasgenootje te gebeuren, dus wat maakt het ook uit). Mijn keel wordt droog, mijn  stem klinkt raspend, maar hun hand gaat onvermoeibaar door. Tot de verlossende ‘Mogen wij ook uw e-mailadres zodat wij u kunnen contacteren voor een opvolgonderzoek?’ weerklinkt. Uiteraard stem ik weer in, pen zorgvuldig de gegevens van een collega in het daartoe bestemde vakje en neem afscheid. De volgende trein heeft het station net verlaten dus ik heb ruim de tijd om even te bekomen van de beproeving.

Zo ging het tot gisteren. Gisteren besloot ik dat mijn bijdrage aan de statistieken van onze diverse onderwijsinstellingen intussen groot genoeg was en nog voor de openingsvraag helemaal gesteld was, prevelde ik ‘Sorry, echt geen tijd’.

‘Lul!’, beet hij me toe, alvorens hij zich met zijn breedste glimlach op de volgende argeloze voorbijganger stortte.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Tina

Een schoonheid kon je Tina amper noemen. Niet dat ze klokkenluider van de Notre Dame-lelijk was, maar echt veel scheelde het toch niet. Ze was zich daar zelf uitermate van bewust, en het kon haar eigenlijk geen fluit schelen. Tenslotte hoefde zij niet op die rotkop te kijken en dat haar omgeving dat wel moest doen, raakte haar koude kleren niet.

Sommige lelijke mensen weten dat te compenseren door hun gedrag. Ze zijn uitermate sympathiek, grappig, begripvol of rijk. Dat wist Tina en ze besefte ook dat ze zonder minstens een van deze eigenschappen gedoemd was een leven in eenzaamheid te leven, zonder vrienden of vriendinnen, laat staan een partner. Ze wist het en ze deed er niks mee omdat het haar niet kon schelen. Het leven is geen pretje, dat had ze al heel gauw door, en hoe minder ballast je met je meezeult, hoe makkelijker het is daarmee om te gaan.

Als kind was ze al opgevallen door haar uiterlijk. Ze was onredelijk groot en zwaar, al omschreef ze het zelf liever als ‘onbeschrijflijk lomp’. Dat viel nog meer op als ze zich in het gezelschap van haar ouders bevond, een klein, frêle vrouwtje met de trekken van een Miss Universe en een grote, rijzige man voor wie het woord ‘statig’ wel leek uitgevonden. De lokale George Clooney, maar dan niet op de Aldi-manier waarop Kris Peeters dat is. Hoe twee uitermate door de natuur gezegende mensen een dergelijk gedrocht hadden kunnen voortbrengen, was slechts een van de levensvragen waarop Tina met de beste wil van de wereld geen antwoord kon bedenken. Ook haar ouders worstelden er mee: de voortdurende verdachtmakingen die haar vader uitte waren zelfs de voornaamste reden voor hun echtscheiding. Tina zou voortaan afwisselend een week haar vader en moeder tot last zijn. Ach, dacht de zesjarige, dat kan er ook nog wel bij.

Eenzaamheid is soms een keuze. Tina wou helemaal geen contact met andere mensen, ook al drong vooral haar moeder er op aan dat ze vriendinnetjes bij hen thuis zou uitnodigen. Maar ze had geen vriendinnen en ze had er ook geen behoefte aan. Het was niet dat ze een afkeer had van andere mensen, ze lieten haar compleet onverschillig. Ze vond zichzelf al niet boeiend genoeg om aandacht aan te besteden dus anderen waren dat vast ook niet. Gelukkig hield de bemoeienis van haar moeder op toen ze tien werd en er niemand kwam opdagen voor haar verjaardagsfeestje. Al leverde het wel nog een ongeziene woede-uitbarsting op toen de hond enkele weken later de uitnodigingen opgroef in de tuin. Ach, dacht Tina, dat kan er ook nog wel bij.

Zodra ze meerderjarig was, ging ze werken en alleen wonen. Ze had een klotejob in het postsorteercentrum maar het betaalde genoeg om een klotestudiootje in een gigantisch appartementsblok te huren. Het contact met haar ouders viel quasi onmiddellijk weg. Haar moeder stuurde af en toe voor de vorm nog eens wat berichtjes, maar hartelijk klonken die niet. Laat staan dat ze eens zou gevraagd hebben om langs te komen. Haar vader had haar duidelijk gemaakt dat hij nu wel genoeg aandacht en geld besteed had aan een kind dat hoogstwaarschijnlijk niet eens van hem was. Ach, dacht ze, dat kan er ook nog wel bij.

Ze was pas 28 toen de dokter haar het verdict meedeelde. Het was een beginstadium maar het was onherroepelijk en dodelijk. En erfelijk ook nog. Heeft u kinderen, vroeg de kloothommel. Alsof hij dat niet kon zien. En dat ze haar familie moest waarschuwen, die moesten zich laten onderzoeken. Want ze konden het wel een beetje afremmen. Laat maar, zei ze. Dat hoeft niet. Het kan er ook nog wel bij.

Je kan het maar beter zelf in de hand houden. Anders wordt het zo’n boeltje, als het een paar weken duurt eer ze je vinden. Dus toen de huisbaas liet weten dat er de dag nadien iemand langs kwam om de ramen op te meten, leek haar dat wel geschikt. Het was jammer dat de winkels al dicht waren want ze had geen touw in huis. En een scheermes ook al niet. Wat hebben mooie vrouwen het toch makkelijk: die hebben zoiets vast wel in de badkamer liggen. Is het niet van hen, dan wel van hun man. In een kast vond ze een halve rol duct tape. Daar had ze dozen met haar schoolboeken mee verstevigd. Niet dat ze die per se wilde meenemen toen ze hierheen kwam, maar buiten is buiten, had haar moeder gezegd. En dus moest alles buiten. Maar nu kwam hij van pas, in combinatie met een herbruikbare zak van de supermarkt. Daar had ze er enkele honderden van. Ze kocht elke keer een nieuwe, ze geloofde niet in recycleren en herbruiken. Ze geloofde in helemaal niets.

Het vervelendste waren de tintelingen voor haar ogen, alsof ze recht in de zon had gekeken. Maar verder viel het best mee. Je zag in films wel eens mensen naar hun nek klauwen om het nakende onheil af te wenden, maar daar ging ze zich echt niet mee bezig houden. Alleen die broek, dat is vervelend, ik was beter eerst naar het toilet geweest, was haar laatste gedachte. Maar ach, dat kan er ook nog wel bij.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

T.I.N.A.

Een tijdje geleden bevond ik mij na een zware dagtaak op de trein huiswaarts in het gezelschap van iemand die ik al een hele tijd niet meer gezien had. Bovendien betrof het hier een exemplaar van een uitstervende mensensoort: een socialist. Zo eentje die de socialistische partij nog steeds trouw gebleven is en niet, samen met een stevig deel van de achterban, overgelopen is naar het Vlaams Blok of de communisten. Een trouwe partijsoldaat die mij dan ook meteen aansprak met de vraag of ik bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar toch zeker wel voor de juiste partij zou stemmen. Ik bekende hem meteen dat ik dat nog lang niet zeker wist en voegde er aan toe dat hij altijd mocht proberen me te overtuigen.

Wat volgde was een gloedvol betoog dat echter hoofdzakelijk bestond uit het opsommen van wat andere partijen allemaal doen en waar hij (het was me niet altijd even duidelijk of het hier een persoonlijke mening dan wel een officieel partijstandpunt betrof) heel erg tegen was. De besparingen in de sociale zekerheid, de prestigeprojecten van het Aalsterse stadsbestuur, de Turteltaks, het migratie- en integratiebeleid, ze passeerden allemaal de revue. Maar wat ontbrak waren eigen ideeën. Dit allemaal niet, maar wat dan wel? Ik liet hem rustig verder razen, ook al waren dit dingen die ik al meermaals gehoord had en zelfs daarvoor ook zelf had kunnen bedenken. Het waren echter zijn laatste woorden, bij het afstappen in Aalst, die me alsnog aan het denken zetten. ‘Trouwens, voor wie zoudt ge anders stemmen?’

Daar heeft hij misschien een punt, dacht ik. Misschien moet ik, in plaats van te twijfelen aan de zinvolheid van nog maar eens een stem voor de socialisten, eens bekijken welke valabele alternatieven er zijn. En dat deed ik dan ook, te beginnen met de huidige meerderheidspartijen in Aalst.

Eerst maar meteen de grootste: de N-VA. Niet echt een optie. Eerst en vooral is er mijn aangeboren aversie voor alles wat naar Vlaams-nationalisme ruikt. Ik voel me Belg. Geen Vlaming. En dan zijn er nog uitermate ranzige figuren als Theo Francken en zijn overtreffende trap Annick De Ridder. Voor zo’n partij kan ik eenvoudigweg niet stemmen. Bovendien zit hun Aalsterse afdeling ook nog eens tjokvol ex-VB’ers. Dat zooitje moet ik helemaal niet, waarmee deze partij ook meteen behandeld is en ik daar verder geen woorden hoef aan vuil te maken.

CD&V dan maar? Het zou kunnen. Ze hebben enkele bekwame mensen rondlopen, zij het dan vooral op nationaal vlak. Hun lokale sterke figuur, Ilse Uyttersprot, heeft al eens zes jaar de burgemeesterssjerp mogen omgorden en toen uitentreuren bewezen dat ze daar niet geschikt voor is. Zes jaar lang rolde het college vechtend over straat. Dat ook lokale politici inzien dat ze eigenlijk ongeschikt is, bewijzen haar nieuwe bevoegdheden. Als je als ex-burgemeester en eerste schepen feestelijkheden en sport krijgt toegewezen, kan je misschien beter naar een andere job uitkijken.

De volgende dan maar, de NSDAP. Nee wacht, SD&P is het. Een scheurfractie van de sp.a die ontstond omdat ze absoluut in het bestuur wilden stappen en de rest van hun partij geen zin had om met de al eerder genoemde ex-VB’ers samen te werken. Opportunisten die bedankt werden met twee schepenambten, waardoor ze zwaar boven hun werkelijke waarde spelen. Waarschijnlijk zijn ze absoluut kansloos bij de verkiezingen en zullen ze ergens op een kartellijst staan. Bij N-VA misschien, al kan het ook eender welke andere partij zijn die hen een verkiesbare plaats en een bijbehorend mandaat belooft. Als die partij alsnog sp.a zou zijn, is dat meteen een goede reden om er zeker niet voor te stemmen.

De lokale meerderheidspartijen vallen dus af. De oppositie dan maar. Te beginnen met onze blauwe vrienden van Open VLD. Daar valt veel over te zeggen sinds ze het liberalisme opgegeven hebben, maar in Aalst heb je maar vier woorden nodig om te weten waarom je er vooral niet voor zou stemmen: De Jacques Gucht Jean. U zet ze zelf wel in de juiste volgorde.

Wie hebben we dan nog? Groen natuurlijk. Ik zou liegen als ik zeg dat ik het nog nooit overwogen heb. Meer zelfs: ik heb er al eens voor gestemd. Voor de provincie weliswaar, dus ik weet niet of dat echt telt. Ze hebben best wel wat bekwaam politiek personeel rondlopen en het gedachtegoed zegt me ook wel wat. Linkser dan sp.a (wat tegenwoordig nu ook weer niet zo heel moeilijk is) zonder in extremen te vervallen. Maar dan duikelen ze weer de pers binnen met een van hun ronduit belachelijke geitenwollensokkenideeën (wettelijke vriendjes worden, iemand?) en kan je enkel maar besluiten: dit is het ook niet.

En dan rest er nog de PVDA. Ondanks het sexy imago dat ze, vooral dankzij hun Waalse voorman overigens, stilaan opbouwen, blijft het een extremistische aangelegenheid. Heiliger dan de paus ook, of zo profileren ze zich toch. En in zo’n mensen heb ik weinig vertrouwen. Zou ik er ooit kunnen voor stemmen? Misschien wel. Maar het zal nog niet voor meteen zijn.

En dan moet je dus concluderen dat het allicht toch weer de sp.a zal worden en dat ze bij N-VA gewoon gelijk hadden: There Is No Alternative.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Veiligheid

De Britse premier May schakelde gisteren een tandje bij in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van morgen. Ze verklaarde dat mensenrechten niet in de weg mogen staan van veiligheid en dat, als dat toch zo zou zijn, de wetgeving maar moet aangepast worden. Na de privacy nu ook de mensenrechten op de schop. Het zou daarbij onder meer gaan over deportatie naar het land van herkomst van verdachten en de opsluiting van mensen bij wie, en ik citeer even, ‘we have enough evidence to know they are a threat but not enough evidence to prosecute them in full in court’. Dat vind ik een beetje een vreemde redenering. Als je bewijzen hebt dat iemand gevaarlijk is (ze heeft het uitdrukkelijk over bewijs, niet over aanwijzingen), dan kan je die toch vervolgen? En is iemand niet onschuldig tot het tegendeel bewezen is? Maar goed, dat bewijs kan nu dus ook buiten de rechtbank om geleverd worden.

Klinkt dit allemaal bekend in de oren? Bij mij ook. Het is immers nog niet zo lang geleden dat uit de krochten van onze vaderlandse politiek een gelijkaardig geluid klonk. Opsluiten en uitwijzen, zonder proces, gebaseerd op vermoedens. Moet kunnen. Absoluut. Want onze veiligheid is ons hoogste goed. Waar gaat het heen als je niet eens meer rustig over straat kan lopen zonder de vrees dat er plots een of andere extremist opduikt die zichzelf met een grote knal het hiernamaals in katapulteert en daarbij liefst zo veel mogelijk omstaanders naar de eeuwige verdoemenis jaagt?

Een goede maatregel dus, daar kan weinig twijfel over bestaan. Maar het zou nuttig zijn als er eens even verder gekeken wordt dan het terreurdossier. Wanneer heeft u voor het laatst het gevoel gehad dat u op het nippertje aan de dood ontsnapte omdat er plots een idioot naast u de lucht in ging? Ik neem aan dat het even geleden is. Maar wanneer dacht u dat omdat er ineens een wagen aan hoge snelheid voorbijzoefde terwijl u net het zebrapad wou op stappen? Omdat een bus over een dode hoek van dertig meter breed beschikt en de chauffeur dus niet ziet dat hij een fietser van straat duwt? Ik neem hier gemakshalve aan dat dat iets minder lang geleden is. Ter illustratie: in 2016 vielen bij verkeersongevallen dik 50.000 gewonden en een kleine 1200 doden.

Dus goed: mensenrechten gaan de deur uit, maar dan ook voor verkeersovertreders. Rijden zonder gordel, daar kunnen we nog relatief mild mee omgaan: daar breng je toch vooral je eigen leven mee in gevaar. Mijn suggestie: een drietal klappen tegen de milt met een wapenstok. Anders wordt het voor rijden onder invloed, gsm’en aan het stuur, overdreven snelheid of parkeren op een fietspad. De overtreders zijn daarbij immers mensen die, willens en wetens, anderen in gevaar brengen en hen op die manier dodelijke of minstens ernstige, blijvende letsels toebrengen. We kunnen hier niet streng genoeg tegen optreden. Eerste overtreding: een jaar gevangenis. Niks vervroegde vrijlating, niks enkelband, niks verzachtende omstandigheden: meenemen en een jaar opsluiten. Een uitspraak door een politie- of andere rechter is hierbij uiteraard compleet overbodig.

Tweede overtreding: het land uit! Terug naar je land van herkomst, snoodaard. Zo’n mensen kunnen we hier niet gebruiken. Ga ginder eens wat verkeersovertredingen maken, daar zijn ze niet zo tolerant als hier! Toegegeven: dit kan mogelijk voor wat problemen zorgen bij generatie-Belgen. U kent ze wel: dat zooitje dat hier al eeuwenlang woont en trots is op zijn stamboom. Maar er valt bij iedereen vast wel ergens een verre voorouder te vinden die een repatriëring kan verantwoorden. En zelf als dat niet zo is, zijn er alternatieven. Voor 1830 waren we allemaal Nederlanders, om maar iets te noemen. En ook Duitsland en Spanje mogen wel eens hun verantwoordelijkheid nemen voor de periode dat ze het hier voor het zeggen hadden. Mogelijkheden genoeg dus.

Uiteraard moeten we niet al te streng zijn waar het op bewijslast aan komt. Bewijzen zijn immers vaak moeilijk te verzamelen en we willen onze veiligheidsdiensten niet overbelasten. Vooral niet aangezien een behoorlijk deel van hen binnen de kortste keren het land uit wordt gezet. Ik vind dus dat ‘aanwijzingen’ wel voldoende zijn. Als blijkt dat er een redelijke kans is dat iemand een verkeersovertreding gaat maken, moet dat voldoende aanwijzing van schuld zijn. Zo zou je kunnen stellen dat het bezit van een auto toch een zeer grote stap in het verkeersradicaliseringsproces is. Het bezit van een fiets overigens ook, het moge duidelijk zijn dat een motor en vier wielen geen noodzakelijke middelen zijn om ernstige inbreuken op het verkeersreglement te plegen en aldus onze dierbare veiligheid in het gedrang te brengen. Over eigenaars van schoenen zal het debat in het parlement gevoerd worden.

En eens iedereen uitgewezen is, wordt België vast het veiligste land ter wereld. Tenzij er een kernreactor ontploft.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Voorjaarsklassieker

Nog even. Iets krommer buigt de rug, iets dieper zakt het hoofd, de blik verstart, de schouders verkrampen. Rustig blijven ademen, bezweert hij zichzelf.

Hij voelt het. Zien doet hij het niet, deels door de striemende regen maar vooral doordat het achter zijn rug gebeurt. Horen doet hij het ook niet, het gekletter van het water overstemt zelfs het geluid dat langs zijn oortje naar binnen kwam. Een oortje dat hij trouwens een hele tijd geleden al uitgerukt heeft omdat het meer hinderde dan soelaas bood. Maar hij voelt het.

Even gluurt hij achter zich. En daar, wazig door de neerplenzende neerslag, ziet hij hem komen. Dezelfde krampachtigheid, dezelfde rondmalende benen, dezelfde verwrongen houding en waarschijnlijk ook dezelfde verbeten trek om de mond, dezelfde hardnekkigheid in de ogen. Maar dan alles net iets sneller. Sneller dan hijzelf nu nog kan, waardoor de eerst piepkleine figuur langzaamaan groter wordt, bij elke steelse glimp die hij poogt op te vangen. Volhouden, dat moet hij doen.

Zijn ademhaling wordt sneller, minder diep, gejaagd. De mond half open om toch nog iets van zuurstof naar de snel verzurende beenspieren te jagen. Een kramp schiet door zijn kuit, niet op letten, negeren, gewoon doorduwen, die pijn is straks weer weg maar de zoete smaak van de overwinning zindert eeuwig door. Daar, die bocht, en dan enkel nog die laatste rechte lijn naar het doel, naar de zege, naar eeuwige roem.

Hij houdt even in voor de bocht, beducht voor het kletsnatte en spekgladde wegdek. Steeds dichter komt de vijand, steeds groter wordt hij, een kolos nu, naderend, dreigend, onheilspellend dichtbij. Nog even. Doorbijten. Duwen, stoempen, trekken, sleuren aan het stuur. Harder. Harder. Door de pijngrens.

Daar ligt het: het eindpunt. Hij voelt de adem van de achtervolger bijna in zijn nek. Met een uiterste krachtinspanning gooit hij zich voorwaarts, licht slingerend door de uitputting. Een halve seconde voor hij onherroepelijk voorbijgesneld zou worden, voelt hij de meet onder zijn voorwiel. Gewonnen.

Hijgend en met bibberende vingers en trillende knieën maakt hij het fietsslot vast en begeeft zich naar het perron. ‘De IC-trein naar Brussel en Landen van 6 uur 48 is aangekondigd met een vertraging van vermoedelijk tien minuten.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Telenet verrast met vervanger Bracke

Telenet heeft niet lang gewacht na het ontslag van Siegfried Bracke om op zoek te gaan naar een vervanger. En wat meer is: ze hebben die ook meteen gevonden. Binnen het eigen bedrijf nog wel.

John Porter, CEO van Telenet, had vanochtend het volgende te melden: ”Kijk, Siegfried was heel belangrijk voor onze adviesraad. Elke vergadering zit vol met mensen die makkelijk inwisselbaar zijn, maar je hebt overal ook enkele uitzonderingen die een waarlijk essentieel radertje vormen in je besluitvormingsproces. Zo iemand was Siegfried voor onze adviesraad. Misschien dat zijn werk inderdaad niet altijd even merkbaar was, waardoor de perceptie gecreëerd wordt dat hij zomaar wat geld toegeschoven krijgt voor niks, maar hij vervulde een rol binnen de vergaderingen die van primordiaal belang was voor het tot stand komen van een kwaliteitsvolle beslissing. Het minste wat je van Siegfried kan zeggen is dat hij mensen alert houdt.”

En toch was het blijkbaar vrij makkelijk om een vervanger te vinden, als dat al binnen een paar uur lukte?

Porter: “Dat hadden we zelf ook niet verwacht. We waren met de directie enkele high-end profielen uit binnen- en buitenland aan het bekijken toen iemand opmerkte dat we het misschien niet zo ver moesten gaan zoeken. We hebben een paar interne profielen bekeken en bij één ervan wisten we meteen: ja. Dit is de perfecte vervanger om het takenpakket van Siegfried in te vullen, de functiebeschrijving binnen de raad leek wel op maat gemaakt. Dan moet je niet aarzelen natuurlijk. We hebben dan ook meteen de nodige beslissingen getroffen voor een interne overplaatsing, die zou zelfs vandaag al rond kunnen zijn. En hoewel ik niet vind dat we de heer Bracke ooit een euro meer betaald hebben dan hij waard was, is het in deze tijden misschien toch niet onbelangrijk om te melden dat we met de vervanger een pak goedkoper af zullen zijn. En het is niet eens een politicus, haha!”

 

De vervanger van de heer Bracke werd

binnenshuis gevonden

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized