Knal

“Godverdomme”, schiet er door zijn hoofd, meteen gevolgd door een 9 mm-kogel uit een Heckler & Koch USP van een goed jaar die alle verdere overpeinzingen overbodig en zelfs onmogelijk maakt.  Zijn zware lichaam dendert de roltrappen van het metrostation Louiza af, hier en daar de boodschappentas van een dame van de meer gegoede middenklasse aan haar grijpgrage handen ontrukkend. De politie zal uiteindelijk meer werk hebben met het in goede banen leiden van de operatie om alle items aan hun min of meer rechtmatige eigenaar terug te bezorgen (er zaten immers eveneens enkele op niet geheel rechtmatige wijze verworven goederen tussen) dan met de eigenlijke vaststellingen van de moord.

De drie mannen in pak aan de tafel kijken hem fronsend aan. De grijsaard in het midden lijkt de leiding te hebben, de twee jongere bejaarden die hem flankeren hebben dikke stapels papier en stempels voor zich liggen terwijl hijzelf de handen vrij heeft en het woord voert.
“Doodsoorzaak?”
“Euh, dit gat in mijn hoofd, denk ik. Al weet ik niet of je meteen dood gaat van een gat in je hoofd. Het kan ook komen door de bijhorende hersenbeschadiging. Of door het feit dat ik er door leeggebloed ben.”
“Een humorist, dat konden we nog gebruiken. Meneer, u heeft misschien een eeuwigheid de tijd, wij niet. Oorzaak?”
“Een kogel. Een 9mm meer bepaald. Vraag me niet hoe ik dat weet, ik heb daar eigenlijk geen verstand van, van wapens en zo. Maar iets zegt me dat het een 9mm was. Als u zeker wil zijn, kan ik even kijken: ik geloof dat hij nog ergens in mijn schedel zit.”
“Kan u gewoon op de vragen antwoorden zonder uit te weiden alstublieft? Dader?”
“Geen idee. Ik was gewoon rustig op weg naar huis na de gedane arbeid toen iemand dat ding in mijn hoofd schoot. Ik heb hem zelfs niet gezien; ik hoorde gewoon een knal en het volgende moment stond ik hier.”
“Goed dan. Wij brengen uw papieren in orde, als u in de wachtzaal wil plaatsnemen? Binnen een kwartiertje brengt iemand u alle documenten en dan kan u terug voor het onderzoek.”
“Terug naar waar? En welk onderzoek? Ik ben toch dood, neem ik aan?”
“Uw verscheiden is inderdaad een onontkoombaar feit, mijnheer. Ik leid uit uw vragen af dat u niet op de hoogte bent van de geplogenheden bij een onnatuurlijk overlijden met ongekende dader. Welnu, in het kader van de besparingsoperaties bij uw nationale overheid is ons gevraagd mensen als u niet meteen toe te laten in het hiernamaals maar hen terug te zenden teneinde zelf de nodige acties te ondernemen in het kader van de opsporing van de steller van de acties die ten grondslag liggen aan hun schielijk overlijden. U kan uw bevindingen aan onze diensten overmaken, die vervolgens zullen oordelen of u zich al dan niet afdoende van uw taak heeft gekweten. U heeft hiervoor een periode van 30 arbeidsdagen ter beschikking, met dien verstande dat u, gezien uw toestand, geen recht heeft op rust- noch feestdagen. Uiteraard geschiedt deze onderneming onbezoldigd, al kunnen de door u geleverde inspanningen wel degelijk een invloed hebben op het oordeel van deze commissie betreffende uw aanstaande verblijfplaats. Is dat duidelijk?”
“Dus ik moet zelf mijn moordenaar gaan zoeken omdat de politie geen tijd en geld heeft en als dat niet lukt ga ik naar de hel?”
“Dat lijkt me wat cru gesteld, maar in grote lijnen heeft u een punt. U kunt gaan.”

In de wachtzaal zitten een tiental mensen te wachten, hoofdzakelijk mannen. En lotgenoten, zo valt af te leiden uit de talrijke zichtbare verwondingen die ze her en der vertonen. Geen van deze mensen is rustig in zijn slaap gestorven, dat is wel duidelijk. Niemand zegt iets, ze kijken mekaar zelfs amper aan. Hij zou bijna van een doodse stilte gewagen, maar hij weet niet of cynisme wel gepast is voor een lijk. Na een kwartiertje wordt zijn naam omgeroepen, al ziet hij niet meteen door wie. Hij staat op en stapt maar door dezelfde deur waar zijn voorgangers door verdwenen zijn.

“Rudy Van Machelen?”
“Ja.”
“Dit zijn uw doorgangsbewijs, uw tijdelijk visum en onze informatiebrochure. Neemt u die eens rustig door en als u nadien nog vragen heeft kan u tijdens de kantooruren terecht op ons gratis infonummer. Nadien neemt u de deur rechts in de wachtzaal en zal iemand u begeleiden naar de uitgang. Veel succes, en tot binnen een maand.”
Rudy verlaat het kleine kantoortje door dezelfde deur langs waar hij binnen kwam en komt in een andere wachtzaal terecht. Wat gezelliger deze keer, er staan een paar planten en er speelt een rustig muziekje op de achtergrond. Hij herkent enkele mensen van daarnet en gaat op een van de vrije stoelen zitten. De brochure bevat een hoop praktische tips voor zijn tijdelijk verblijf. Zo moet hij blijkbaar niet eten en drinken, niet slapen en kan hij niet nog eens doodgaan. Jammer is wel dat hij niet door muren kan lopen, daar had hij toch enigszins op gerekend. Maar hij krijgt wel officiële politiedocumenten. Hij wordt verdorie een echte agent! Zelfs postuum blijft dat een jongensdroom die in vervulling gaat en hij kan een grijns niet onderdrukken.

“Meneer Van Machelen? Kan u mij even volgen?”
Een bevallige verschijning in een wit uniform neemt hem mee naar uit de kluiten gewassen bezemhok waar een rek met kleren en een EHBO-koffer staan.
“Uw kleren kunnen er nog mee door, maar aan dat gat in uw hoofd zullen we toch iets moeten doen. Mensen hebben de neiging nogal te schrikken als ze lekkende herseninhoud zien.”
Het is duidelijk dat ze hier heel wat ervaring mee heeft: binnen de twee minuten is het gat gevuld met houtpasta en heeft ze hem een perfect passende muts op het hoofd gezet. Hij bekijkt zichzelf in het spiegeltje dat naast de deur hangt en ziet meteen het belachelijke van die daad in. Ook als je dood bent, kan je niet naar je eigen achterhoofd kijken.
“Wat moet ik eigenlijk doen als ik iemand ontmoet die ik ken? Hoe leg ik hun uit dat er plots een dode voor hun neus staat?”
“Denkt u echt dat u zo’n onuitwisbare indruk op mensen heeft nagelaten, meneer Van Machelen? U gaat zo meteen naar de schminkkamer, en met wat kleine aanpassingen aan uw gezicht is er geen mens meer die u nog herkent. Zelfs uw eigen vrouw en kinderen zijn intussen al zo goed als vergeten hoe u er uit ziet.”

Het is met een wee gevoel in de maag dat Rudy terug naar buiten loopt.

Advertenties

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

7 Reacties op “Knal

  1. Pingback: De winnaars zijn bekend! |

  2. proficiat met je overwinning Señor Wauters!
    zeer fijn stukje literatuur, geniaal magisch realisme!
    groet van collega-overwinnaar 😉
    LL Rigby

  3. Briljante openingszin. Alleen al daarom ben je een terechte winnaar van de wedstrijd in mijn ogen. Gefeliciteerd!

    Groeten,
    Nikki
    http://www.nachtwaker.net

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s