Voorjaarsklassieker

Nog even. Iets krommer buigt de rug, iets dieper zakt het hoofd, de blik verstart, de schouders verkrampen. Rustig blijven ademen, bezweert hij zichzelf.

Hij voelt het. Zien doet hij het niet, deels door de striemende regen maar vooral doordat het achter zijn rug gebeurt. Horen doet hij het ook niet, het gekletter van het water overstemt zelfs het geluid dat langs zijn oortje naar binnen kwam. Een oortje dat hij trouwens een hele tijd geleden al uitgerukt heeft omdat het meer hinderde dan soelaas bood. Maar hij voelt het.

Even gluurt hij achter zich. En daar, wazig door de neerplenzende neerslag, ziet hij hem komen. Dezelfde krampachtigheid, dezelfde rondmalende benen, dezelfde verwrongen houding en waarschijnlijk ook dezelfde verbeten trek om de mond, dezelfde hardnekkigheid in de ogen. Maar dan alles net iets sneller. Sneller dan hijzelf nu nog kan, waardoor de eerst piepkleine figuur langzaamaan groter wordt, bij elke steelse glimp die hij poogt op te vangen. Volhouden, dat moet hij doen.

Zijn ademhaling wordt sneller, minder diep, gejaagd. De mond half open om toch nog iets van zuurstof naar de snel verzurende beenspieren te jagen. Een kramp schiet door zijn kuit, niet op letten, negeren, gewoon doorduwen, die pijn is straks weer weg maar de zoete smaak van de overwinning zindert eeuwig door. Daar, die bocht, en dan enkel nog die laatste rechte lijn naar het doel, naar de zege, naar eeuwige roem.

Hij houdt even in voor de bocht, beducht voor het kletsnatte en spekgladde wegdek. Steeds dichter komt de vijand, steeds groter wordt hij, een kolos nu, naderend, dreigend, onheilspellend dichtbij. Nog even. Doorbijten. Duwen, stoempen, trekken, sleuren aan het stuur. Harder. Harder. Door de pijngrens.

Daar ligt het: het eindpunt. Hij voelt de adem van de achtervolger bijna in zijn nek. Met een uiterste krachtinspanning gooit hij zich voorwaarts, licht slingerend door de uitputting. Een halve seconde voor hij onherroepelijk voorbijgesneld zou worden, voelt hij de meet onder zijn voorwiel. Gewonnen.

Hijgend en met bibberende vingers en trillende knieën maakt hij het fietsslot vast en begeeft zich naar het perron. ‘De IC-trein naar Brussel en Landen van 6 uur 48 is aangekondigd met een vertraging van vermoedelijk tien minuten.’

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s