Tina

Een schoonheid kon je Tina amper noemen. Niet dat ze klokkenluider van de Notre Dame-lelijk was, maar echt veel scheelde het toch niet. Ze was zich daar zelf uitermate van bewust, en het kon haar eigenlijk geen fluit schelen. Tenslotte hoefde zij niet op die rotkop te kijken en dat haar omgeving dat wel moest doen, raakte haar koude kleren niet.

Sommige lelijke mensen weten dat te compenseren door hun gedrag. Ze zijn uitermate sympathiek, grappig, begripvol of rijk. Dat wist Tina en ze besefte ook dat ze zonder minstens een van deze eigenschappen gedoemd was een leven in eenzaamheid te leven, zonder vrienden of vriendinnen, laat staan een partner. Ze wist het en ze deed er niks mee omdat het haar niet kon schelen. Het leven is geen pretje, dat had ze al heel gauw door, en hoe minder ballast je met je meezeult, hoe makkelijker het is daarmee om te gaan.

Als kind was ze al opgevallen door haar uiterlijk. Ze was onredelijk groot en zwaar, al omschreef ze het zelf liever als ‘onbeschrijflijk lomp’. Dat viel nog meer op als ze zich in het gezelschap van haar ouders bevond, een klein, frêle vrouwtje met de trekken van een Miss Universe en een grote, rijzige man voor wie het woord ‘statig’ wel leek uitgevonden. De lokale George Clooney, maar dan niet op de Aldi-manier waarop Kris Peeters dat is. Hoe twee uitermate door de natuur gezegende mensen een dergelijk gedrocht hadden kunnen voortbrengen, was slechts een van de levensvragen waarop Tina met de beste wil van de wereld geen antwoord kon bedenken. Ook haar ouders worstelden er mee: de voortdurende verdachtmakingen die haar vader uitte waren zelfs de voornaamste reden voor hun echtscheiding. Tina zou voortaan afwisselend een week haar vader en moeder tot last zijn. Ach, dacht de zesjarige, dat kan er ook nog wel bij.

Eenzaamheid is soms een keuze. Tina wou helemaal geen contact met andere mensen, ook al drong vooral haar moeder er op aan dat ze vriendinnetjes bij hen thuis zou uitnodigen. Maar ze had geen vriendinnen en ze had er ook geen behoefte aan. Het was niet dat ze een afkeer had van andere mensen, ze lieten haar compleet onverschillig. Ze vond zichzelf al niet boeiend genoeg om aandacht aan te besteden dus anderen waren dat vast ook niet. Gelukkig hield de bemoeienis van haar moeder op toen ze tien werd en er niemand kwam opdagen voor haar verjaardagsfeestje. Al leverde het wel nog een ongeziene woede-uitbarsting op toen de hond enkele weken later de uitnodigingen opgroef in de tuin. Ach, dacht Tina, dat kan er ook nog wel bij.

Zodra ze meerderjarig was, ging ze werken en alleen wonen. Ze had een klotejob in het postsorteercentrum maar het betaalde genoeg om een klotestudiootje in een gigantisch appartementsblok te huren. Het contact met haar ouders viel quasi onmiddellijk weg. Haar moeder stuurde af en toe voor de vorm nog eens wat berichtjes, maar hartelijk klonken die niet. Laat staan dat ze eens zou gevraagd hebben om langs te komen. Haar vader had haar duidelijk gemaakt dat hij nu wel genoeg aandacht en geld besteed had aan een kind dat hoogstwaarschijnlijk niet eens van hem was. Ach, dacht ze, dat kan er ook nog wel bij.

Ze was pas 28 toen de dokter haar het verdict meedeelde. Het was een beginstadium maar het was onherroepelijk en dodelijk. En erfelijk ook nog. Heeft u kinderen, vroeg de kloothommel. Alsof hij dat niet kon zien. En dat ze haar familie moest waarschuwen, die moesten zich laten onderzoeken. Want ze konden het wel een beetje afremmen. Laat maar, zei ze. Dat hoeft niet. Het kan er ook nog wel bij.

Je kan het maar beter zelf in de hand houden. Anders wordt het zo’n boeltje, als het een paar weken duurt eer ze je vinden. Dus toen de huisbaas liet weten dat er de dag nadien iemand langs kwam om de ramen op te meten, leek haar dat wel geschikt. Het was jammer dat de winkels al dicht waren want ze had geen touw in huis. En een scheermes ook al niet. Wat hebben mooie vrouwen het toch makkelijk: die hebben zoiets vast wel in de badkamer liggen. Is het niet van hen, dan wel van hun man. In een kast vond ze een halve rol duct tape. Daar had ze dozen met haar schoolboeken mee verstevigd. Niet dat ze die per se wilde meenemen toen ze hierheen kwam, maar buiten is buiten, had haar moeder gezegd. En dus moest alles buiten. Maar nu kwam hij van pas, in combinatie met een herbruikbare zak van de supermarkt. Daar had ze er enkele honderden van. Ze kocht elke keer een nieuwe, ze geloofde niet in recycleren en herbruiken. Ze geloofde in helemaal niets.

Het vervelendste waren de tintelingen voor haar ogen, alsof ze recht in de zon had gekeken. Maar verder viel het best mee. Je zag in films wel eens mensen naar hun nek klauwen om het nakende onheil af te wenden, maar daar ging ze zich echt niet mee bezig houden. Alleen die broek, dat is vervelend, ik was beter eerst naar het toilet geweest, was haar laatste gedachte. Maar ach, dat kan er ook nog wel bij.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s